Bij allogene stamceltransplantatie krijgt de patiënt stamcellen uit het bloed van een geschikte donor. Dit gebeurt als door toediening van de groeifactor voldoende stamcellen in het bloed terecht zijn gekomen. Bij voorkeur is dat een verwante donor (broer of zus). Als dat niet mogelijk is, kunnen ook stamcellen van een geschikte niet-verwante donor worden gebruikt.
Hoe wordt een geschikte donor gevonden?
Een allogene transplantatie is alleen mogelijk als u en uw donor bij elkaar passen. Dat wordt aan de hand van de witte bloedcellen bepaald. Dit noemt men de HLA-typering (Humane Leukocyten Antigenen). Men spreekt ook wel van de 'witte bloedgroepen'. De 'gewone' (rode) bloedgroep van uw donor hoeft niet dezelfde als die van u te zijn.
Graft-versus-host ziekte (afstotingsreactie)
Ook al komt de HLA-typering overeen, vaak bestaan er toch kleine verschillen tussen u en uw donor. Ieder mens heeft zijn eigen identieke cellen. Hierdoor kan een afstotingsreactie ontstaan: cellen van de donor herkennen de cellen van de patient als 'vijand' en vallen deze aan.
Verwante donor
Het onderzoek of donor en ontvanger bij elkaar passen, is voor beiden vaak een spannende tijd. De kans dat een broer of zus geschikt is als donor, bedraagt 25%. Dit percentage geldt per broer of zus. Het is dus niet zo dat twee broers of twee zussen de kans verdubbelt naar 50%. De kans op het vinden van een geschikte donor neemt toe naarmate er meer broers en zussen zijn.
Niet-verwante donor
Is er geen geschikte broer of zus, dan kunnen ook stamcellen van een geschikte niet-verwante donor worden gebruikt. Bij de Nederlandse stamceldonorbank Europdonor zijn HLA-typeringen bekend van mensen die bereid zijn stamcellen te geven. Deze gegevens zijn ook geregistreerd in het Bone Marrow Donors Worldwide (BMDW), een wereldwijd bestand van miljoenen vrijwillige, anonieme stamceldonors.
Stamcellen uit navelstrengbloed
Tegenwoordig is het ook mogelijk om stamcellen uit navelstrengbloed te halen. De toepassing is vooral geschikt voor kinderen, maar in sommige situaties ook voor volwassenen. Bijvoorbeeld als er geen geschikt familielid of volwassen niet-verwante donor gevonden kan worden terwijl transplantatie vereist is.
Leeftijdsgrens
Allogene stamceltransplantatie is door de lichamelijke belasting en risico's aan een leeftijdsgrens gebonden. Deze grens wordt ook bepaald door de verwantschap met de donor (een broer of zus) of een niet-verwante donor. Verder speelt de soort allogene transplantatie een rol.
Soorten allogene stamceltransplantatie
Er zijn twee verschillende soorten allogene stamceltransplantatie:
Myeloablatieve transplantatie
Niet-myeloablatieve transplantatie
Afzien van behandeling en transplantatie
Als u twijfelt over de behandeling omdat u deze te belastend vindt, of bang bent voor de risico's die de behandeling mee zich meebrengt, bespreek dit dan met uw arts. U heeft het recht om af te zien van (verdere) behandeling.
Vraag uw arts wat de gevolgen kunnen zijn als u besluit af te zien van de intensieve behandeling en transplantatie. De arts zal uw besluit respecteren. Hij zal u de noodzakelijke medische zorg en begeleiding blijven geven om de hinderlijke gevolgen van uw ziekte zo veel mogelijk te bestrijden.