In Nederland wordt per jaar bij ongeveer 700 vrouwen baarmoederhalskanker vastgesteld. Baarmoederhalskanker komt voor bij vrouwen van alle leeftijden, maar het meest bij vrouwen van 30 tot 55 jaar.
Video
Hieronder ziet u het ervaringsverhaal van Mirjam Kamphorst-Kolkman. Zij ondervond zelf hoe belangrijk het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker is, toen haar uitslag van het onderzoek niet goed was. Dankzij het bevolkingsonderzoek was Mirjam er op tijd bij.
Baarmoederkanker
Hoewel baarmoederhalskanker en baarmoederkanker allebei in de baarmoeder ontstaan, hebben ze een heel verschillend ziekteverloop. Ook de behandeling van deze 2 ziekten is verschillend. Meer informatie over
baarmoederkanker.
Ontstaan baarmoederhalskanker
Baarmoederhalskanker ontstaat meestal uit cellen in het slijmvlies op de grens van baarmoederhals en baarmoedermond. In het overgangsgebied van de slijmvliezen kunnen afwijkende cellen ontstaan door langdurige infectie van die cellen met een virus: het
humaan papillomavirus (HPV). Er is dan nog geen sprake van kanker. Gewoonlijk ruimt het lichaam die afwijkende cellen op. Bij een klein aantal vrouwen gebeurt dit niet. Als deze veranderingen onbehandeld blijven, dan ontaarden deze cellen - doorgaans heel langzaam - in kankercellen. Dit kan ongeveer vijf tot vijftien jaar duren.
- Als het aantal afwijkende cellen toeneemt, ontstaat na verloop van tijd een voorstadium van baarmoederhalskanker. De aandoening is in dit stadium nog heel beperkt en kan met een eenvoudige behandeling worden verholpen.
- Als dit voorstadium niet wordt behandeld, ontstaat uiteindelijk baarmoederhalskanker. Aanvankelijk is dit kanker in een beginstadium. De aandoening is dan over het algemeen goed te behandelen. Ook als baarmoederhalskanker zich verder heeft ontwikkeld, kan behandeling in veel gevallen succesvol zijn. Maar de kans daarop wordt wel kleiner naarmate de ziekte zich verder uitbreidt.
Groeiwijze en uitzaaiingen
Baarmoederhalskanker kan doorgroeien in de onderliggende spierlaag, naar de vagina, naar de baarmoeder of naar de steunweefsels rond de baarmoederhals. Op den duur kan uitbreiding plaatsvinden naar omringende organen, zoals de blaas of de endeldarm (het laatste deel van de dikke darm). Als de tumor doorgroeit, neemt de kans toe dat er kankercellen losraken en via de lymfe en/of het bloed worden verspreid. Op deze manier ontstaan uitzaaiingen:
Bij baarmoederhalskanker vindt de verspreiding van kankercellen vooral plaats via het lymfestelsel. Deze uitzaaiingen komen als eerste terecht in de lymfeklieren in de buik.
Verspreiding van kankercellen via het bloed treedt bij baarmoederhalskanker minder vaak op en meestal in een later stadium van het ziekteproces. Er kunnen dan uitzaaiingen ontstaan in bijvoorbeeld de longen, de botten of de lever.
Bevolkingsonderzoek
Om de kans op vroege ontdekking van baarmoederhalskanker te vergroten, krijgen vrouwen tussen de 30 en 60 jaar in Nederland elke vijf jaar een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker (screening). Bij dit bevolkingsonderzoek wordt een
uitstrijkje gemaakt. Meer informatie over het
bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker.