Per jaar wordt in Nederland bij ongeveer 950 mensen chronische leukemie vastgesteld.
Chronische myeloïde leukemie wordt jaarlijks vastgesteld bij ongeveer 150 mensen. Het kan op alle leeftijden voorkomen, maar de meeste patiënten zijn van middelbare leeftijd of ouder.
Chronische lymfatische leukemie wordt jaarlijks vastgesteld bij ongeveer 800 mensen, vooral vanaf
60 jaar.
Leukemie
Bij leukemie is er sprake van een ongecontroleerde deling van bepaalde witte bloedcellen.
Er zijn verschillende vormen van leukemie. Er wordt onder meer onderscheid gemaakt in acute leukemie en chronische leukemie. Deze vormen verschillen van elkaar in de mate van rijping van de abnormale cellen:
- Bij acute leukemie rijpen de bloedcellen in het beenmerg niet uit. Deze onrijpe cellen komen massaal in het bloed terecht of sterven al af in het beenmerg. In beide gevallen ontstaat er een tekort aan rijpe witte bloedcellen, waardoor meestal al binnen enkele weken klachten optreden.
- Er is sprake van chronische leukemie als de cellen nog redelijk goed uitrijpen. Het kwaadaardige proces verloopt veel trager, waardoor klachten lang kunnen uitblijven.
Chronische leukemie
De oorzaak van de ongecontroleerde deling van de witte bloedcellen is een reeks veranderingen in het erfelijk materiaal (DNA) van de beenmergcellen. Daardoor gaan zij afwijkende bloedcellen produceren. Die kwaadaardige beenmergcellen reageren bovendien niet meer op signalen om de aanmaak te remmen als er voldoende cellen zijn geproduceerd. Hierdoor ontstaat een overmaat aan abnormale bloedcellen.
Verschillende vormen
Bij chronische leukemie wordt onderscheid gemaakt op basis van het celtype van de abnormale witte bloedcellen:
- chronische lymfatische leukemie (CLL)
- chronische myeloïde leukemie (CML)
Een bepaalde vorm van leukemie wordt dus aangeduid met het onderscheid acuut of chronisch én met het type bloedcellen dat ongecontroleerd is gaan delen.
Dit onderscheid wordt gemaakt op grond van beenmerg- en bloedonderzoek en is belangrijk voor het kunnen bepalen van de behandeling en de prognose.
Het verloop van de ziekte is per vorm van leukemie anders.
Ongecontroleerde deling
Bij chronische lymfatische leukemie vindt de ongecontroleerde deling van bloedcellen aanvankelijk alleen plaats in het beenmerg en het bloed. Vervolgens raken bepaalde weefsels overvol met abnormale cellen: eerst de lymfeklieren, dan de lever en de milt. Ten slotte ontstaat in het beenmerg door de overmaat aan abnormale bloedcellen een verminderde productie van normale bloedcellen. Dit uit zich in bloedarmoede en/of een gestoorde bloedstolling.
Bij chronische myeloïde leukemie vindt de ongecontroleerde deling van bloedcellen juist aanvankelijk alleen in het beenmerg plaats. Door de woekering van abnormale cellen in het beenmerg komt de productie van de normale bloedcellen in het gedrang. Dit uit zich in bloedarmoede en/of een gestoorde bloedstolling.
Pas na verloop van tijd komen die abnormale cellen in de bloedbaan en dus ook in de organen terecht. Dan kunnen bepaalde weefsels overvol raken met abnormale cellen. Dat is onder meer te merken aan een vergrote milt en/of een vergrote lever.
Verwante beenmergziekten
Er bestaat een aantal beenmergziekten dat nauw verwant is aan chronische leukemie:
- Myeloproliferatieve aandoeningen zijn chronische ziekten, verwant aan chronische myeloïde leukemie, waarbij het beenmerg te veel rode bloedcellen of bloedplaatjes aanmaakt. Myeloproliferatieve aandoeningen zijn relatief zeldzaam en komen het meest voor vanaf 50 jaar.
- Chronische lymfatische leukemie is verwant aan een vorm van een non-Hodgkin-lymfoom. Beide ziekten ontstaan uit hetzelfde type witte bloedcel. Maar waar de ziekte ontstaat is verschillend. Bij chronische lymfatische leukemie is dat meestal in het bloed en het beenmerg, terwijl deze vorm van non-Hodgkin-lymfoom vooral in de lymfeklieren ontstaat. Deze lymfomen worden jaarlijks vastgesteld bij ongeveer 2.000 mensen van gemiddeld 60 jaar.
Behandelplan
Bij het vaststellen van het behandelplan zijn verschillende specialisten betrokken. Zij maken hierbij gebruik van gezamenlijk vastgestelde landelijke richtlijnen.
De artsen stellen u een behandeling voor op grond van:
- De vorm van chronische leukemie.
- De uitgebreidheid van de ziekte.
- Uw leeftijd en lichamelijke conditie.
- Uw persoonlijke wensen en omstandigheden.
De behandelend arts zal u informeren over de behandeling(en) en de mogelijke bijwerkingen.
Afzien van behandeling
Het kan gebeuren dat bij u of bij uw arts de indruk bestaat, dat de belasting of de mogelijke bijwerkingen of gevolgen van een behandeling niet (meer) opwegen tegen de te verwachten resultaten.
Hierbij zal het doel van de behandeling vaak een rol spelen. Het maakt natuurlijk verschil of de behandeling curatief of palliatief bedoeld is.
Bij een curatieve behandeling accepteert u misschien meer bijwerkingen of gevolgen.
Als een palliatieve behandeling wordt geadviseerd, zult u de kwaliteit van uw leven bij uw beslissing willen betrekken.
Als u twijfelt aan de zin van (verdere) behandeling, bespreek dit dan in alle openheid met uw specialist of huisarts. Iedereen heeft het recht om af te zien van (verdere) behandeling.
Uw arts zal u de noodzakelijke medische zorg en begeleiding blijven geven om de hinderlijke gevolgen van uw ziekte zo veel mogelijk te bestrijden.