In Nederland wordt jaarlijks bij circa 12.760 mensen dikkedarmkanker vastgesteld; bij ongeveer 1/3 van hen gaat het om endeldarmkanker. Na
prostaatkanker en
longkanker is dikkedarmkanker de meest voorkomende soort kanker bij mannen.
Bij vrouwen komt, na
borstkanker, dikkedarmkanker op de 2e plaats.
Dikkedarmkanker wordt voornamelijk vastgesteld bij mensen van 60 jaar en ouder. Maar dikkedarmkanker kan ook voorkomen op (veel) jongere leeftijd.
Het merendeel van de tumoren (50 tot 60%) ontstaat in de laatste delen van de dikke darm: het sigmoïd en de endeldarm.
Groeiwijze
Wanneer een dikkedarmtumor groter wordt, groeit deze door de verschillende lagen van de darmwand heen. Rondom de darmen bevindt zich een uitgebreid systeem van lymfevaten en lymfeklieren. Naarmate een tumor verder in de darmwand groeit, wordt het risico groter dat er tumorcellen losraken, die vervolgens in het lichaam worden verspreid.
Via de lymfe kunnen deze in de lymfeklieren terechtkomen. Daar kunnen de uitgezaaide cellen uitgroeien tot tumoren. Dit noemt men
uitzaaiingen of metastasen.
Cellen van een dikkedarmtumor kunnen zich ook via het bloed verspreiden. Zo kunnen elders in het lichaam uitzaaiingen ontstaan, bijvoorbeeld in:
- de lever
- de longen
- de botten
Daarnaast kunnen losgeraakte cellen van een dikkedarmtumor in de buikholte terechtkomen. Ze nestelen zich als het ware in het buikvlies. Er ontstaat dan vocht in de buik, waardoor deze gaat opzetten en pijnlijk kan worden.
Vroege opsporing
Vroege opsporing van dikkedarmkanker is belangrijk. Hoe eerder de ziekte wordt ontdekt en behandeld, des te groter is de kans op langdurige ziektevrije overleving en genezing.
Video
Vroege ontdekking: Darmkanker
U ziet hier het ervaringsverhaal van Piet Tijm. Met aanhoudende buikpijn gaat hij naar de huisarts. Na te zijn doorverwezen naar het ziekenhuis wordt ontdekt dat hij dikkedarmkanker heeft. Piet is er op tijd bij, maar moet wel worden geopereerd.
Uit wetenschappelijke studies is gebleken dat door een bevolkingsonderzoek dikkedarmkanker jaarlijks 2400 sterfgevallen kunnen worden voorkomen. Bij een vroegtijdige opsporing van dikkedarmkanker overleeft 90 procent van de patiënten de eerste 5 jaar. Maar als dikkedarmkanker de kans krijgt uit te zaaien naar andere organen, dan overleeft slechts 10 procent de eerste vijf jaar.
De ziekte kan worden voorkomen door vroege opsporing en het verwijderen van poliepen. Vanaf 2013 wordt daarom het bevolkingsonderzoek ingevoerd. Alle Nederlanders tussen de 55 en 75 jaar worden dan eens in de 2 jaar gescreend op dikkedarmkanker.
Lees meer over het bevolkingsonderzoek.