In Nederland wordt per jaar bij ongeveer 2350 mensen slokdarmkanker vastgesteld. Slokdarmkanker komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen. De laatste jaren lijkt slokdarmkanker bij vrouwen toe te nemen. Het merendeel van de mensen die slokdarmkanker krijgen, is ouder dan 50 jaar.
Er bestaan verschillende typen kanker van de slokdarm. Deze zijn te herkennen aan de soort cellen waaruit de kwaadaardige tumor is opgebouwd.
De meest voorkomende vormen van slokdarmkanker zijn:
- Het plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm: deze tumor ontstaat in de plaveiselcellen. Deze cellen vormen de bovenste laag van het slijmvlies in de slokdarm. Een plaveiselcelcarcinoom ontstaat meestal boven in de slokdarm.
- Het adenocarcinoom van de slokdarm: deze tumor ontstaat in het klierweefsel. Een adenocarcinoom ontstaat vrijwel altijd onder in de slokdarm.
- De cardiatumor. Dit adenocarcinoom ontstaat in de overgang van de slokdarm in de maag.
Over de eerste twee vormen van slokdarmkanker gaat deze tekst. Omdat de cardiatumor in de maag ontstaat, kunt u hierover lezen bij Maagkanker.
Groeiwijze en uitzaaiingen
Een gezwel in de slokdarm kan op verschillende manieren groeien:
- De tumor kan via de wand van de slokdarm naar boven of naar beneden groeien.
- Het gezwel kan dwars door de slokdarmwand groeien en de buitenkant van de slokdarm bereiken. Het gevolg hiervan is dat de tumor kan doorgroeien in aangrenzende weefsels of organen.
Wanneer de tumor doorgroeit, neemt de kans toe dat er kankercellen losraken en worden verspreid. Op deze manier ontstaan uitzaaiingen:
- Via de lymfe kunnen de kankercellen in de lymfeklieren rondom de slokdarm terechtkomen. Hierdoor kunnen in deze lymfeklieren uitzaaiingen ontstaan en, in een later stadium, ook in lymfeklieren ergens anders in het lichaam.
- Ook via het bloed kunnen kankercellen worden verspreid. Er kunnen dan uitzaaiingen ontstaan in de lever en de longen.