Skip Navigation LinksKanker Soorten kanker Vulvakanker

Vulvakanker

Vulvakanker komt betrekkelijk weinig voor. In Nederland wordt de diagnose jaarlijks bij ongeveer 350 vrouwen gesteld. Meer dan de helft van deze vrouwen is ouder dan 70 jaar. Vulvakanker kan echter ook op veel jongere leeftijd voorkomen.


Verschillende vormen vulvakanker

Vulvakanker groeit aan de oppervlakte van de uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen.
Er zijn verschillende kwaadaardige tumoren van de vulva te onderscheiden, afhankelijk van het type weefselcellen waaruit zij zijn ontstaan. Dit kan een verschil in behandeling tot gevolg hebben.
 
Vulvakanker ontstaat in meer dan 70% van de gevallen uit cellen van de bovenste laag van de opperhuid (plaveiselcellen) en wordt dan plaveiselcelcarcinoom genoemd.
 
Zeldzamer zijn vormen van vulvakanker die ontstaan uit:
  • De onderste laag cellen van de opperhuid (basaalcelcarcinoom).
  • Het klierweefsel van de vulva (adenocarcinoom).
  • Pigmentcellen van de huid (melanoom).
Deze informatie gaat over de meest voorkomende vorm van vulvakanker: het plaveiselcelcarcinoom van de vulva.


Voorstadia van vulvakanker

Er zijn verschillende afwijkingen van de vulva die nog geen kanker zijn, maar dit wel kunnen worden. De cellen van de vulva wijken in dat geval af van normale cellen. Doorgaans verdwijnen deze cellen vanzelf. Soms kan uit de afwijkende cellen kanker ontstaan. Deze van oorsprong niet-kwaadaardige afwijkingen zijn een voorstadium van vulvakanker en worden premaligne afwijkingen genoemd.


Klachten

Mogelijke symptomen van zo'n voorstadium van vulvakanker zijn:
  • Jeuk.
  • Branderigheid van de schaamlippen.
  • Pijn (bij het vrijen).
  • Een plekje op de schaamlippen met een afwijkende kleur of een wondje.

Veel vrouwen hebben wel eens last van dergelijke klachten, die meestal vanzelf verdwijnen. Blijven de klachten langer dan enkele weken aanhouden, raadpleeg dan uw huisarts.


Als uw huisarts denkt dat de symptomen mogelijk te maken hebben met een premaligne afwijking, dan verwijst hij u naar een gynaecoloog, een arts gespecialiseerd in ziekten van de vrouwelijke geslachtsorganen.


Behandeling

De gynaecoloog zal zo nodig een stukje weefsel (biopt) wegnemen en in het laboratorium laten onderzoeken om vast te stellen om welke afwijking het gaat. De behandeling wordt vastgesteld aan de hand van het soort afwijking en de symptomen.
Bij een premaligne afwijking is een plaatselijke behan-deling meestal voldoende. Deze kan bestaan uit:
  • Een behandeling met zalf die de klachten vermindert.
  • Een behandeling met zalf die de afwijking zelf behandelt.
  • Vernietiging van het afwijkende weefsel met behulp van laserlicht.
  • Operatieve verwijdering van het afwijkende weefsel.
Vaak zal voor een combinatie van deze behan-delingen worden gekozen.
Als u een premaligne afwijking heeft, blijft u gedurende een lange periode, soms zelfs levenslang, onder controle bij de gynaecoloog.