Per jaar wordt in Nederland bij ongeveer 880 mensen multipel myeloom vastgesteld, iets vaker bij mannen dan bij vrouwen. De ziekte treft vooral mensen boven de 60 jaar, maar kan vanaf 35 jaar voorkomen.
Multipel myeloom is een kwaadaardige woekering van plasmacellen in het beenmerg. Multipel myeloom is ook bekend onder de naam ziekte van Kahler.
Plasmacellen produceren normaal gesproken antistoffen (immunoglobulinen) tegen infecties. Bij multipel myeloom produceren de kwaadaardige plasmacellen een abnormale antistof: het M-proteïne. M-proteïne kan in het bloed worden gemeten.
Soms wordt het M-proteïne niet compleet aangemaakt, maar slechts een klein brokstukje ervan, de zogenoemde ‘lichte keten’. Als dit brokstukje in de urine wordt aangetroffen, spreekt men van het Bence-Jones eiwit.
Heel soms produceren de kwaadaardige plasmacellen helemaal geen M-proteïne of Bence-Jones eiwit. Dit wordt het ‘non-secreting multipel myeloom’ genoemd.
Invloed op de bloedaanmaak
Bij een sterke toename van het aantal kwaadaardige plasmacellen in het beenmerg wordt de normale bloedaanmaak geleidelijk verdrongen. Dit heeft tot gevolg dat het aantal gezonde plasmacellen, die normale antistoffen maken, afneemt. Hierdoor raakt de afweer tegen infecties verstoord.
Door de woekering van kwaadaardige plasmacellen komt ook de productie van rode en witte bloedcellen en soms van bloedplaatjes in de verdrukking. Dit uit zich in:
- Bloedarmoede.
- Een verhoogde vatbaarheid voor bacteriële infecties.
- Een verhoogd risico op het krijgen van bloedingen en het langer nabloeden van wondjes.
Invloed op de botten
Multipel myeloom heeft ook een nadelige invloed op de botten. De kwaadaardige plasmacellen maken stoffen die tot verhoogde afbraak van botweefsel kunnen leiden. Dit heeft ontkalking van het skelet tot gevolg, wat zich vaak uit in botpijnen. Rugpijn is de meest voorkomende klacht. Deze ontstaat door het inzakken van verzwakte ruggenwervels.
Op plaatsen waar veel botweefsel is verdwenen, ontstaan zwakke plekken. Op deze zwakke plekken kunnen makkelijk botbreuken optreden.
Verspreiding
Plasmacellen circuleren in het beenmerg en het bloed. Op deze manier verplaatsen plasmacellen zich naar meerdere (multipel) beenmergruimtes.
Ook kwaadaardige plasmacellen verspreiden zich op die manier. Multipel myeloom is hierdoor meestal al snel na het ontstaan van de ziekte aanwezig in alle botten van het bekken, de wervels, de ribben, het borstbeen en de schedel.
De plasmacellen verspreiden zich soms ook naar plaatsen of organen buiten het bot, bijvoorbeeld
het spijsverteringskanaal of de longen. Dit wordt plasmacytoom genoemd.
Verwante beenmergziekten
Er zijn beenmergziekten waarbij - net als bij multipel myeloom - sprake is van ontsporing van plasmacellen.
MGUS
Bij een MGUS (Monoclonal Gammopathy of Undetermined Significance) is er een M-proteïne aanwezig (monoclonal gammopathy) zonder dat er sprake is van massale woekering van kwaadaardige plasmacellen (undetermined significance).
De aandoening geeft geen klachten omdat de hoeveelheid afwijkende plasmacellen die het M-proteïne maken, klein is. Dit kan tientallen jaren voortduren. Soms wordt MGUS bij toeval ontdekt. De patiënt wordt dan niet behandeld, maar wel gecontroleerd. Bij 20% van de patiënten met MGUS ontwikkelt zich na verloop van vele jaren multipel myeloom.
Mogelijk is er bij alle patiënten met multipel myeloom sprake van een niet-kwaadaardig voor-stadium.
Solitair plasmacytoom
Bij multipel myeloom zijn de afwijkende plasmacellen aanwezig in álle beenmergruimtes.
Als er sprake is van groei van plasmacellen op één plaats en er nog geen verspreiding in het beenmerg is, spreekt men van solitair plasmacytoom. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen in één wervel of bot (botplasmacytoom), of buiten het bot in één orgaan of in de huid (weke delen plasmacytoom).
De ziekte is meestal goed te behandelen met plaatselijke bestraling. Wel bestaat een verhoogd risico op het ontstaan van multipel myeloom, soms pas na jaren.
Zie ook